Wat gaat er veranderen?

In 2019 is er een Pensioenakkoord gesloten tussen kabinet, vakbonden en werkgeverorganisaties. Het Pensioenakkoord bevat afspraken over een aantal veranderingen in het pensioenstelsel. Bijvoorbeeld de verhoging van de AOW-leeftijd en ook aanpassing van de pensioenregelingen zoals bij SBZ Pensioen.

In het nieuwe pensioenstelsel bouwt u een eigen pensioenkapitaal op. Daarmee koopt u een pensioenuitkering aan als u met pensioen gaat. Zo wordt duidelijker wat u aan premie inlegt en wat u daarmee aan kapitaal opbouwt. Ook gaan pensioenen meer meebewegen met de beleggingsresultaten. Pensioenen gaan eerder omhoog als het economisch beter gaat maar ook omlaag als het economisch slechter gaat. Daarmee wil men pensioenen in Nederland meer toekomstbestendig maken.

De hoofdlijnen
In het Pensioenakkoord staan de hoofdlijnen. Er is nog veel onduidelijkheid over de precieze verdere invulling. Dit zijn de regels die we al wel weten.

De AOW-leeftijd gaat minder snel stijgen
Vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd mee met de gemiddelde levensverwachting. Dat betekent dat de AOW-leeftijd minder snel zal stijgen. Benieuwd vanaf welk moment u AOW gaat ontvangen? Dat vindt u op de website van de Sociale Verzekeringsbank: SVB.nl.

Er komen 2 soorten pensioenregelingen
In plaats van de huidige middelloonregelingen, waarbij de hoogte van de pensioenuitkering het uitgangspunt is, komen er 2 mogelijke nieuwe pensioenregelingen. In beide regelingen is niet de hoogte van de pensioenuitkering het uitgangspunt, maar de ingelegde premie.

1.  De solidaire premieregeling
De deelnemer bouwt een persoonlijk pensioenvermogen op met de voor hem betaalde premies en beleggingsresultaten. De premie wordt namelijk samen met de pensioenpremie van de andere deelnemers belegd. Er is sprake van één beleggingsbeleid voor zowel actieve deelnemers als pensioengerechtigden.

Met de nieuwe pensioenregeling maakt ook de solidariteitsreserve zijn entree. Deze reserve is bedoeld om de risico’s met elkaar te delen. Bijvoorbeeld beleggingsrisico’s en langleven risico (het pensioenvermogen kan dus stijgen of dalen). Het pensioenfonds bepaalt de verdeelsleutels.

Na pensioendatum krijgt de deelnemer een levenslange uitkering door periodiek een stukje uit het voor hem gereserveerde vermogen te onttrekken. Ook na pensioneren beweegt de pensioenuitkering mee met de beleggingsresultaten en kan daardoor hoger of lager worden afhankelijk van de beleggingsresultaten en de rente.

2.  De flexibele premieregeling
Ook in deze regeling bouwt de deelnemer met de premies een persoonlijk pensioenkapitaal op. Ook die premie wordt samen met de premie van de andere deelnemers belegd. Voor de actieve deelnemers is er een ander beleggingsbeleid dan voor pensioengerechtigden.

Maar in deze regeling kan de deelnemer zelf bepalen welk risico hij of zij wil lopen met de beleggingen. Bijvoorbeeld door het kiezen van een bepaald risicoprofiel. De deelnemer hoeft geen keuze te maken als hij dat niet wil. In dat geval is er een goede default geregeld.

Na pensioneren koopt de deelnemer van het opgebouwde vermogen een pensioenuitkering aan. Dat kan een vaste pensioenuitkering zijn. Het is ook mogelijk om ook na pensioneren te blijven doorbeleggen. Als de beleggingsresultaten goed zijn, kan het pensioen hoger worden, zijn de resultaten slecht dan kan het pensioen ook lager uitvallen. Het pensioen is in dat geval variabel. Deze flexibele premieregeling lijkt heel erg op onze Beschikbarepremieregeling.