Navigatie overslaan / Skip navigation

Toelichting jaarverslag 2025

illustratie 2 mannen bij laptop

Het jaar 2025 had twee gezichten voor SBZ Pensioen. Enerzijds hebben we goede stappen gezet in het kader van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) richting de overstap naar de nieuwe Flexibele Premieregeling (FPR) en is onze digitale operationele weerbaarheid versterkt. Ook hebben we het FPR-beleggingsbeleid vastgesteld met als doel een koopkrachtig pensioen, en hebben we ons MVB-beleid vernieuwd. Daarnaast hebben we onze deelnemerscommunicatie verder versterkt en doelgroep gerichter gemaakt, tegen lagere kosten, en zijn er stappen gezet naar meer grip op onze vermogensbeheerketen.

Anderzijds is het fonds geconfronteerd met het besluit van haar huidige pensioenuitvoeringsorganisatie Achmea Pensioenservices (APS) dat zij op 1 januari 2030 stopt met haar dienstverlening. Dit betekent dat SBZ Pensioen op zoek moet naar een nieuwe uitvoeringsorganisatie. Ondanks deze onverwachte ontwikkeling blijft SBZ Pensioen, zoals afgesproken, toewerken naar een beheerste overgang naar de Flexibele Premieregeling op 1 januari 2028.

Onze financiële positie is gezond

De financiële positie drukken wij uit in een dekkingsgraad. Dat is de mate waarin de verplichtingen die het fonds heeft om pensioenen uit te keren, gedekt zijn door bezittingen of het vermogen van het fonds. In 2024 is de actuele dekkingsgraad gestegen van 118,2% naar 119,4%. In die laatste dekkingsgraad is de toeslag van 0,85% op 1 januari 2025 (in de Middelloonregeling) verwerkt. Op onze website vindt u meer informatie over hoe die toeslag bepaald is en waar deze voor gebruikt wordt. Wij lichten dat ook elders toe in dit jaarverslag.

De actuele dekkingsgraad is een momentopname. Voor besluiten zoals het verlenen van toeslagen, kijken wij naar het gemiddelde van actuele dekkingsgraden over een periode van twaalf maanden. Dit is de beleidsdekkingsgraad. Die beleidsdekkingsgraad is afgenomen van 122,4% naar 120,3%. Bij de Beschikbarepremieregeling en Nettopensioenregeling steeg de verwachte pensioenuitkomst in 2024 voor alle leeftijdsgroepen.

Nieuw pensioenstel: van plannen naar uitvoering

Vorig jaar berichtten wij u dat sociale partners ZN (Zorgverzekeraars Nederland) begin 2024 gekozen hebben voor de flexibele premieregeling met een collectieve uitkeringsfase. Het is geen geheim dat het Bestuur van mening is dat deze regeling voor deelnemers van SBZ Pensioen het beste past. Keuzevrijheid in de opbouwfase van pensioenkapitaal met Collectief Variabel Pensioen in de uitkeringsfase past goed bij de bedrijfstakken en klanten (deelnemers en werkgevers) waar wij voor werken.

Begin 2025 hebben wij de plannen voor overgang naar de nieuwe pensioenregeling (transitieplannen) van de diverse sociale partners ontvangen en opgepakt. Wij hebben vastgesteld dat die plannen uitgevoerd kunnen worden door SBZ Pensioen. De politieke ontwikkelingen volgen wij op de voet. Omdat SBZ Pensioen nu al een Beschikbarepremieregeling voert en flexibiliteit biedt aan onze verschillende klanten zijn wij bij uitstek wendbaar om ook in de nieuwe flexibele premieregeling in te spelen op de wensen van onze klanten.

Met onze uitbestedingspartijen bereiden wij ons voor op een beheerste invoering van de flexibele premieregeling. Onderdelen van de uitvoering gaan er immers anders uitzien. Zo zal de administratie van pensioenen directer gekoppeld zijn met de administratie van onze beleggingen. Deelnemers bouwen straks een eigen pensioenkapitaal op en wij gaan daarover maandelijks rapporteren. Wij willen ervoor zorgen dat deelnemers bewuste keuzes maken die bij hen passen en zich bewust zijn van de risico’s van deze keuzes. Dat heet keuzebegeleiding. De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel en daarna vraagt dus ook veel van onze communicatie.

Kosten omlaag

Wij willen dat onze deelnemers een aantrekkelijk pensioenproduct krijgen voor een goede prijs. Zorgvuldig op de kosten letten past daarbij. We zitten in een fase waarin we ‘de winkel verbouwen terwijl hij openblijft’. We investeren in de toekomst: het nieuwe pensioenstelsel. Tijdelijk, in de transitieperiode, maken we dus meer kosten, maar we verwachten daarvoor in de toekomst lagere kosten per deelnemer. De investering in moderne administraties gaat hierbij helpen. De kosten voor pensioenbeheer (dus zonder vermogensbeheerkosten) inclusief deze investeringen waren in 2024 per deelnemer € 204,-. Dat is voor het tweede jaar op rij lager dan het voorgaande jaar (2023: € 210,-). De kosten zonder werkzaamheden rondom de nieuwe pensioenregeling kwamen over 2024 uit op € 180,- per deelnemer (2023: € 199,-).

Wij beleggen de premies van SBZ Pensioen en streven daarbij naar een gezond rendement na kosten. De wijze van beleggen heeft invloed op de kosten. Wij willen de vermogensbeheerkosten beheersbaar houden en hebben in 2024 verschillende stappen hiertoe gezet. Zo hebben we de beheerfee van onze vermogensbeheerders naar beneden gebracht. Het drukkende effect hiervan op de kosten is echter tenietgedaan door hogere performance fees maar daar staat dan ook een hoger rendement in de beleggingsportefeuille van de deelnemers tegenover. De totale vermogensbeheerkosten inclusief transactiekosten zijn gelijk gebleven (0,657%). De beleggingen tussen de Middelloonregeling en de Beschikbarepremieregeling verschillen van elkaar en dus ook de kosten. Beide regelingen worden samengevoegd in het nieuwe stelsel.

Elke 3 jaar voert het pensioenfonds een Eigen Risicobeoordeling (ERB) uit. In de ERB kijkt het fonds naar de belangrijkste risico’s van het pensioenfonds en de ontwikkelingen daarin.

Het Bestuur heeft vastgesteld dat we ook zonder ambitie van schaalvergroting en zonder in te boeten op de kwaliteit van de dienstverlening, nagaan waar verdere kostenbesparingen mogelijk zijn. Zowel voor als na de overgang naar de nieuwe pensioenregeling.

Beleggingen: positieve resultaten

Net als bij andere pensioenfondsen worden de ingelegde premies belegd. Beleggen levert op lange termijn meer rendement op dan sparen, waarmee we beter een koopkrachtig pensioen kunnen realiseren voor onze deelnemers. Beleggen brengt wel meer risico’s met zich mee; er kan (korte termijn) bewegelijkheid zijn van beleggingsresultaten. Deze worden straks directer zichtbaar in de persoonlijke pensioenkapitalen, wat een zorgvuldige communicatie vraagt.

Resultaat in Middelloonregeling

De beleggingen van de Middelloonregeling behaalden in 2024 een rendement van 6,2%. In het huidige stelsel zijn de uitkeringen leidend en moet de totale waarde van de beleggingen afgezet worden tegen de totale waarde van de verplichtingen (de Dekkingsgraad). De rente is daarbij heel bepalend voor de waardering van de verplichtingen en daarmee ook voor de noodzakelijke omvang van onze beleggingen. Het fonds belegt daarom, naast aandelen en vastgoed, ook in obligaties (waarden die afhankelijk zijn van de rentestand). En wij dekken ontwikkelingen in de rente deels af met specifieke instrumenten (derivaten).

In het nieuwe stelsel zal dat minder zijn omdat dan de premie het uitgangspunt is en er geen sprake meer is van verplichtingen die gewaardeerd moeten worden (tegen de risicovrije rente). Het verloop van de rente over 2024 was grillig: met periodes van stijging en periodes van daling. Dit leidde tot een positief resultaat op vastrentende beleggingen. Maar ook dat SBZ Pensioen meer vermogen moest aanhouden om de verplichtingen te dekken. Met de andere beleggingen van het fonds samen nam de waarde van onze beleggingen in de Middelloonregeling wel harder toe dan de verplichtingen. U ziet dat terug in een positieve ontwikkeling van de actuele dekkingsraad over 2024 (van 118,2% naar 119,4%).

Resultaat in Beschikbarepremieregeling

In onze Beschikbarepremieregeling worden de beleggingen verdeeld over de Modules Rendement, Rente en Matching. De verdeling over de modules hangt af van leeftijd en het (gekozen) risicoprofiel van de deelnemer. Bij een premieregeling is het verleidelijk om alleen naar het beleggingsresultaat te kijken. Een lager pensioenkapitaal betekent echter niet altijd een lager pensioen. Andersom geldt hetzelfde. Hoeveel pensioen iemand met het pensioenkapitaal kan inkopen is ook afhankelijk van de rentestand op moment van pensioneren. Hoe hoger de rente, hoe hoger het pensioen bij hetzelfde kapitaal.

Voor een 28-jarige fictieve deelnemer was het rendement in de beleggingsportefeuille positief met 15,5%, maar had de rente een negatief effect op de prijs van pensioen (12,7% duurder). Hierop en op de resultaten van de Nettopensioenregeling gaan wij elders in het jaarverslag in.

Maatschappelijk verantwoord beleggen (MVB)

MVB is een onderdeel van hoe wij naar rendement en risico kijken: zowel de impact die de wereld heeft op onze beleggingen als de impact van die beleggingen op onze wereld. Onze 3 focusthema’s zijn klimaat & milieu, verbetering van gezondheidszorg en een betere toegang tot financiële dienstverlening en zekerheid. Onze benadering, onze MVB-instrumenten, uitdagingen en resultaten kunt u vinden op de website bij het kopje ‘Onze beleggingen’. In 2025 ontwikkelen wij ons MVB-beleid verder. Wij nemen daar de recent onderzochte voorkeuren van onze deelnemers in mee.

In 2026 zet SBZ Pensioen zich wederom in om de volgende stappen te zetten naar een toekomstbestendig pensioenfonds, gericht op een beheerste overgang naar het vernieuwde pensioenstelsel en een blijvend betrouwbare uitvoering.

Feedback