SBZ Pensioen neemt voorschot op persoonlijke potten

Op 29 mei besteedde de website PensioenPro aandacht aan de nieuwe pensioenregelingen van niet-verplichte bedrijfstakpensioenfondsen, waaronder SBZ Pensioen. Naast de bestaande Middelloonregeling biedt SBZ Pensioen nu ook een Beschikbarepremieregeling en een Nettopensioenregeling en aan: ieder zijn eigen pot voor kapitaalopbouw, doorbeleggen en samen risico's delen in de uitkeringsfase.

Hieronder leest u het hele artikel.

Niet-verplichte bpf’en nemen voorschot op persoonlijke potten
PNO Media, SBZ en PGB zetten in op regelingen met dc in de opbouwfase en een collectief fonds voor de uitkering. Volgens de fondsen vragen werkgevers om zulke regelingen, die lijken op de persoonlijke pensioenpotten waar het kabinet op aanstuurt.

Over persoonlijke pensioenpotten wordt al een tijd nagedacht in de sector. Drie bpf'en nemen daar een voorschot op.

PNO Media heeft de nieuwe regeling deze maand geïntroduceerd. SBZ werkt nog aan de dc/db-regeling. Het vrijwillige bpf voor zorgverzekeraars en financiële instellingen verwacht de regeling binnenkort af te ronden.

PGB voert al langer een regeling waarbij deelnemers pensioen opbouwen in een persoonlijke lifecycle. Het multisectorfonds doet dit voor ruim zevenduizend deelnemers uit twee sectoren: zeevisserij en bloemen en planten. PGB wil deze regeling volgend jaar verder uitbouwen.

De regelingen lijken op de persoonlijke pensioenpotten waar het kabinet op aanstuurt. Werknemers bouwen kapitaal op in een persoonlijke pensioenpot die is gekoppeld aan een lifecyclebelegging. Ze hebben daardoor niets te maken met dekkingsgraden of de rekenrente. Het beleggingsrisico wordt afgebouwd naarmate de pensioendatum nadert.

De fondsen spreken alle drie van een manier om voor te sorteren op de hervorming van het pensioenstelsel. "Ik weet niet hoe de stelseldiscussie verder gaat", zegt PNO-Media-voorzitter Nelly Altenburg. "Maar ik weet wel, dat ons fonds door deze regeling een stuk wendbaarder is geworden."

Meer invloed werkgever op premie
Met name werkgevers vragen om dit soort regelingen, stellen de drie niet-verplichte bpf’en. Groot verschil met de middelloonregelingen die zij voeren, is dat de werkgever meer invloed heeft op de hoogte van de premie. Bij PNO Media kan bijvoorbeeld 90% van de premie in de staffel betaald worden.

Bovendien is de premie voorspelbaar. In tegenstelling tot de doorsneepremie bij een db-regeling is de premie bij de dc-regeling leeftijdsafhankelijk. Hoe ouder de deelnemer, hoe hoger de premie. Afhankelijk van de gebruikte staffel loopt de premie op van circa 8% naar ruim 30% van het pensioengevend salaris.

De niet-verplichte bpf’en hebben alledrie een groeidoelstelling. Ze willen werkgevers lokken door ook een dc-variant aan te bieden. Volgens PNO Media, dat de regeling ontwikkelde in samenwerking met Kempen Capital Management, is zo’n regeling een goede manier om in gesprek te komen met werkgevers. "Wij zijn een grotendeels vrijwillig bpf en willen aantrekkelijk zijn voor de vele bedrijven in de creatieve sector die nog niet zijn aangesloten", aldus Altenburg.

Overgang naar collectief
De manier waarop de fondsen overstappen van de persoonlijke pensioenpot naar de collectieve uitkeringspot verschilt. Bij PNO Media daalt het percentage zakelijke waarden van de lifecycle naar het niveau van het db-fonds. Op pensioendatum kopen de deelnemers zich in in dat fonds en ontvangen ze een vaste levenslange uitkering met kans op indexatie.

SBZ Pensioen roept een apart uitkeringsfonds in het leven. Dit zogeheten Collectief Variabel Pensioen (CVP) lijkt op de opzet die het dc-fonds van Shell Pensioen heeft gekozen. Dat fonds was pionier bij samenvoeging van dc en een collectief uitkeringsfonds. Het CVP keert een variabel pensioen uit. Schommelingen in het rendement worden gematigd door ze uit te smeren over meerdere jaren.

PGB-deelnemers die opbouwen in de dc-regeling gaan tien jaar voor hun pensioendatum in tien stappen over naar het db-fonds. Zo wil PGB het overstaprisico beperken. Volgend jaar wil PGB-deelnemers ook de mogelijkheid bieden te kiezen voor een variabele uitkering.

Bron: PensioenPro van 29 mei 2019